ECLI:NL:RVS:2013:1469
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde huurtoeslag ondanks bezwaar appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van de huurtoeslag over 2010 door de Belastingdienst/Toeslagen, waarbij een bedrag van €728 aan teveel betaalde voorschotten werd teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de Belastingdienst/Toeslagen het bevoegde bestuursorgaan is voor de vaststelling van de huurtoeslag en dat toezeggingen van de inspecteur geen gerechtvaardigd vertrouwen scheppen dat de definitieve vaststelling gelijk zou zijn aan het toegekende voorschot. Tevens is terugvordering verplicht volgens artikel 26 Awir Pro wanneer een herziening leidt tot een terug te vorderen bedrag.
Ook het betoog dat het besluit niet tijdig was genomen en dat appellant niet is gehoord faalde, omdat de termijn een termijndiscipline van orde is en het horen achterwege mocht blijven gezien de omstandigheden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.