ECLI:NL:RVS:2013:1508
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inreisverbod en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 26 maart 2012 werd afgewezen, waarbij tevens een inreisverbod werd opgelegd. De voorzieningenrechter verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het inreisverbod en wees het beroep verder af.
Zowel de vreemdeling als de minister stelden hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is, terwijl het hoger beroep van de minister gegrond werd verklaard. De Raad vernietigde het oordeel van de voorzieningenrechter over diens onbevoegdheid om het beroep tegen het inreisverbod te behandelen, omdat volgens vaste jurisprudentie rechtstreeks beroep tegen een inreisverbod mogelijk is.
De Raad toetste vervolgens het inreisverbod inhoudelijk en oordeelde dat het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod ongegrond is. De stelling van de vreemdeling dat het inreisverbod ondeugdelijk was gemotiveerd, onder meer vanwege de situatie in Somalië en het feit dat zij daardoor niet kon vertrekken, werd niet gevolgd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het oordeel over onbevoegdheid van de voorzieningenrechter wordt vernietigd.