ECLI:NL:RVS:2013:1517
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over gedeeltelijke gegrondverklaring klacht beëdigd tolk
De minister verklaarde bij brief van 12 juli 2011 een klacht tegen appellante, een beëdigd tolk, gedeeltelijk gegrond en haalde haar inschrijving in het register voor twee weken door. Op bezwaar herzag de minister dit besluit deels, maar handhaafde de gegrondverklaring van de klacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing niet-ontvankelijk vanwege artikel 27 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv), dat beroep tegen beslissingen over klachtbehandeling uitsluit.
Appellante stelde in hoger beroep dat artikel 27 Wbtv Pro niet van toepassing is op de gegrondverklaring zelf, omdat dit geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de brief van 12 juli 2011 geen besluit is waarop bezwaar kan worden gemaakt. Hierdoor had de minister het bezwaar van appellante tegen die brief niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 21 december 2011 voor zover daarin de gegrondverklaring van de klacht werd gehandhaafd. Tevens werd het bezwaar tegen de brief van 12 juli 2011 niet-ontvankelijk verklaard en trad deze uitspraak in de plaats van het vernietigde gedeelte van het besluit. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd voor zover de klacht gedeeltelijk gegrond is verklaard.