ECLI:NL:RVS:2013:1542
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onduidelijke verblijfsdocumentaantekening
De minister legde aan appellant een boete van €8.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat geen sprake was van een verminderde verwijtbaarheid, mede omdat de minister de boete aan een derde partij, die de vreemdeling aan appellant had uitgeleend, had gematigd vanwege onduidelijkheid op het verblijfsdocument van de vreemdeling. Appellant had de controle op de naleving van de Wav uitdrukkelijk aan deze derde partij gedelegeerd.
De Raad van State oordeelde dat de minister ten onrechte geen matiging van de boete aan appellant had toegepast, aangezien dezelfde onduidelijkheid op het verblijfsdocument ook voor appellant gold en de controle was gedelegeerd. De boete werd daarom met 50% gematigd tot €4.000.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit van de minister herroepen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De boete wordt gematigd van €8.000 naar €4.000 vanwege onduidelijkheid op het verblijfsdocument en gedelegeerde controle.