ECLI:NL:RVS:2013:1565
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en ongegrond verklaring hoger beroep tegen inreisverbod
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 27 maart 2012 door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 14 februari 2013. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De staatssecretaris vaardigde op 26 maart 2013 een besluit uit waarin de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en werd een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling richtte hiertegen eveneens een beroepschrift aan de Afdeling.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod kennelijk ongegrond was. Tevens verklaarde zij zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de opdracht tot vertrek uit de EU, omdat dit geen besluit in de zin van de Awb betreft. De Afdeling wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 11 oktober 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.