ECLI:NL:RVS:2013:1627
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing hoger beroep tegen herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2008
De Belastingdienst had het aan appellante toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 herzien en op nihil gesteld. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de Belastingdienst ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk omdat de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming kinderopvang inmiddels onherroepelijk was en appellante daartegen geen bezwaar had gemaakt.
Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte haar beroep niet-ontvankelijk had verklaard omdat het procesbelang bleef bestaan. De Raad van State oordeelde dat het ontbreken van bezwaar tegen de definitieve vaststelling niet automatisch leidt tot het ontbreken van belang bij het beroep tegen de voorlopige vaststelling. Dit omdat een rechterlijk oordeel over de voorlopige vaststelling gevolgen kan hebben voor de definitieve vaststelling, die door de Belastingdienst kan worden gewijzigd of ingetrokken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd het griffierecht aan appellante terugbetaald en werd bepaald dat de rechtbank over de vergoeding van proceskosten beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.