ECLI:NL:RVS:2013:1659
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering huurtoeslag wegens onjuiste vermogenswaardering
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin haar huurtoeslag over 2010 werd vastgesteld op nihil en het betaalde voorschot van € 2.135,00 werd teruggevorderd. De Belastingdienst had een in 2005 ontvangen schade-uitkering wegens blijvende invaliditeit aangemerkt als voordeel uit sparen en beleggen, waardoor appellante geen aanspraak meer zou maken op huurtoeslag.
Appellante stelde dat deze uitkering deels een vergoeding voor immateriële schade betrof en daarom buiten beschouwing had moeten blijven bij de vaststelling van het vermogen. De Belastingdienst had eerder voor 2006 en 2007 deze uitkering ook buiten beschouwing gelaten, wat vertrouwen schepte bij appellante. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Belastingdienst onterecht niet had aangetoond welk deel van de uitkering materieel dan wel immaterieel was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Belastingdienst en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee werd appellante in het gelijk gesteld en werd het besluit van de Belastingdienst teruggedraaid.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen tot terugvordering van huurtoeslag over 2010 wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.