ECLI:NL:RVS:2013:1688
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling is op 12 augustus 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het tegen deze maatregel ingestelde beroep op 27 augustus 2013 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep heeft aangemerkt als een beroep tegen het voortduren van de oorspronkelijke maatregel van 11 juli 2013, terwijl op 12 augustus 2013 een nieuwe maatregel is opgelegd na een periode van strafrechtelijke detentie. Hierdoor is de rechtbank buiten het bereik van de toepasselijke wettelijke bepalingen getreden, zodat de Afdeling wel van het hoger beroep kennis kan nemen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beoordeelt het beroep tegen de maatregel van 12 augustus 2013 zelf. Dit beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring van 12 augustus 2013 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.