ECLI:NL:RVS:2013:1702
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing nieuwvestiging intensieve veehouderij in landbouwontwikkelingsgebied
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant weigerde ontheffing te verlenen voor nieuwvestiging van een intensieve veehouderij op een perceel te Helvoirt, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 9.4 en 9.5 van de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011. Appellante voerde aan dat het verbod in strijd was met de Reconstructiewet concentratiegebieden en het reconstructieplan "De Meijerij" en dat er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen en eerdere onderhandelingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het verbod niet in strijd is met de genoemde wet- en regelgeving en dat het college terecht de ontheffing weigerde vanwege het ontbreken van een schriftelijke aanvraag vóór 20 maart 2010, zoals vereist. Verder was het college gebonden aan de imperatieve en limitatieve regels van de Verordening, waardoor geen ruimte was voor belangenafweging of compensatie.
Het subsidiaire betoog over het ontbreken van nadeelcompensatie werd verworpen omdat de bestuursrechter niet bevoegd is om over de schadevergoeding te oordelen die voortvloeit uit de vaststelling van algemene regels door provinciale staten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing voor nieuwvestiging van een intensieve veehouderij is ongegrond verklaard.