ECLI:NL:RVS:2013:1704
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van het ontbreken van positieve overtuigingskracht in asielverzoek bedoun
De minister heeft op 4 januari 2012 een aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank 's Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling hiertegen gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in hoger beroep overwogen dat de rechtbank onvoldoende acht heeft geslagen op de argumenten van de minister die afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling, met name over diens status als ongedocumenteerde bedoun en de omstandigheden van zijn detentie en verblijf in verschillende landen.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het relaas van de vreemdeling geen positieve overtuigingskracht heeft, mede gelet op de motivering en de aangevoerde feiten. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.