ECLI:NL:RVS:2013:1709
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kindgebonden budget wegens ontbreken recht op kinderbijslag
De Belastingdienst heeft het aan appellant toegekende voorschot kindgebonden budget over 2010 gewijzigd vastgesteld en ten onrechte uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. Appellant betwistte dit omdat zij meent recht te hebben op kinderbijslag vanwege haar bijdrage in het levensonderhoud van de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat appellant vanaf 1 juli 2010 geen recht op kinderbijslag had, gebaseerd op informatie van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB had vastgesteld dat de kinderen sinds 2 juni 2010 bij de andere ouder wonen en dat die ouder kinderbijslag ontvangt. De SVB heeft de betaalde kinderbijslag over de periode niet teruggevorderd omdat appellant geen onjuiste informatie gaf.
De Raad van State stelt vast dat het geschil over kinderbijslag buiten dit geding valt en bevestigt dat appellant vanaf 1 juli 2010 geen recht op kinderbijslag had die tot uitbetaling leidde. Hierdoor was ook het recht op kindgebonden budget vanaf die datum niet aanwezig. De terugvordering van ten onrechte betaalde voorschotten is daarom terecht. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de terugvordering van het kindgebonden budget bevestigd.