ECLI:NL:RVS:2013:1772
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens verblijfsgat
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen vanwege het ontbreken van een ononderbroken verblijfsperiode van vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Appellant had van 28 januari 2011 tot 13 juli 2011 geen geldige verblijfsvergunning, wat een verblijfsgat vormt dat de termijn onderbreekt.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, maar deze verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat appellant geen nieuwe, gemotiveerde gronden heeft aangevoerd die het eerdere oordeel kunnen veranderen.
De Afdeling bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant niet voldoet aan de vereiste ononderbroken verblijfsduur en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap bevestigd vanwege een verblijfsgat.