ECLI:NL:RVS:2013:1793
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Justitie op 22 april 2010 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister, inmiddels staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van de vreemdeling over haar afkomst uit Somalië geen positieve overtuigingskracht hadden.
De staatssecretaris had terecht gewezen op tegenstrijdigheden in de verklaringen van de vreemdeling over haar woon- en leefomgeving in Somalië en op de inhoud van een taalanalyse die wees op een afkomst uit de Somalische diaspora, niet uit Zuid-Somalië. De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas ongeloofwaardig was.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.