ECLI:NL:RVS:2013:1800
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- S.F.M. Wortmann
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inrichtingsplan waterberging Ham-Havelt ondanks bezwaar bewoners
Het algemeen bestuur van Waterschap Aa en Maas stelde op 2 oktober 2009 het inrichtingsplan 'Aa-Veghel fase 2, waterberging Ham-Havelt' vast, gericht op het realiseren van een gestuurde waterberging om wateroverlast te voorkomen. Bewoners met gronden in het zuidelijke compartiment van het gebied stelden administratief beroep in tegen dit besluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
De bewoners voerden aan dat een alternatieve uitvoering mogelijk was waarbij hun percelen minder zouden worden getroffen, en dat inundatie van hun gronden zou leiden tot bodemschade door erosie en slibafzetting. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het inrichtingsplan zorgvuldig was vastgesteld, dat het alternatieve voorstel extra kosten en vertraging zou veroorzaken, en dat de planologische aanwijzing van het gebied als waterbergingsgebied reeds onherroepelijk was.
De Raad van State concludeerde dat het college het besluit in redelijkheid in stand kon laten en dat de bezwaren onvoldoende waren om het plan te vernietigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het inrichtingsplan waterberging Ham-Havelt blijft ongewijzigd van kracht.