ECLI:NL:RVS:2013:1839

Raad van State

Datum uitspraak
6 november 2013
Publicatiedatum
6 november 2013
Zaaknummer
201302544/1/A1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:86 AwbWet ruimtelijke ordening
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging omgevingsvergunning voor bouw logiesgebouwen huisvesting arbeidsmigranten te Zeewolde

Het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde verleende op 19 juli 2012 een omgevingsvergunning aan Epe Vastgoed B.V. voor het bouwen van 15 logiesgebouwen en bijbehorende bouwwerken voor de huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel Bosruiterweg 16 te Zeewolde. De Vereniging van Eigenaren Park Horsterwold stelde beroep in tegen deze vergunning, maar de voorzieningenrechter verklaarde dit beroep op 5 februari 2013 ongegrond.

De vereniging stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Zij voerde onder meer aan dat de voorzieningenrechter ten onrechte onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak had gedaan zonder eerst alle vragen over het deskundigenbericht te behandelen. Daarnaast stelde zij dat het bouwplan zou leiden tot parkeeroverlast en dat de vergunning in strijd was met de bouwverordening vanwege onvoldoende parkeergelegenheid.

De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om onmiddellijk uitspraak te doen, omdat de vragen van de vereniging niet als beroepsgronden waren geformuleerd en de bezwaren voldoende duidelijk waren. Tevens stelde de Raad vast dat het bouwplan voorziet in voldoende parkeerplaatsen (198 op het perceel en 44 op het bestaande terrein), gebaseerd op een redelijke parkeernorm van 2,5 arbeidsmigrant per voertuig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep van de Vereniging van Eigenaren Park Horsterwold wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.

Uitspraak

201302544/1/A1.
Datum uitspraak: 6 november 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de Vereniging van Eigenaren Park Horsterwold, gevestigd te Zeewolde (hierna: de vereniging),
appellante,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Nederland van 5 februari 2013 in zaak nrs. 12/1850 en 12/1851 in het geding tussen:
de vereniging
en
het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juli 2012 heeft het college aan Epe Vastgoed B.V. omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 15 logiesgebouwen en bijbehorende bouwwerken voor de huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel Bosruiterweg 16 te Zeewolde (hierna: het perceel).
Bij uitspraak van 5 februari 2013 heeft de voorzieningenrechter het door de vereniging daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vereniging hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 september 2013, waar de vereniging, vertegenwoordigd door mr. M.H.P. Bullens, advocaat te Enschede, C.D. Kerkhof en ing. J. Brouwer, en het college, vertegenwoordigd door mr. C. Th. Vos en S.L. Strauss, beiden werkzaam bij de gemeente, en bijgestaan door ir. J.A.M. van Dijk en ing. J.M. Hengeveld, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Epe Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
Overwegingen
1. De omgevingsvergunning voor het bouwplan is verleend in afwijking van het destijds ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied." Niet in geschil is dat het daarna in werking getreden bestemmingsplan "De Bosruiter" het bouwplan mogelijk maakt. Het tegen het vaststellingsbesluit van 13 december 2012 ingestelde beroep bij de Afdeling is bij uitspraak van heden, in zaak nr. 201302124/1/R2, ongegrond verklaard. Als gevolg hiervan is het bestemmingsplan "De Bosruiter" onherroepelijk geworden. Dit betekent dat, bij een vernietiging van de omgevingsvergunning, thans geen omgevingsvergunning voor de afwijking van het bestemmingsplan meer noodzakelijk is om omgevingsvergunning voor het bouwen te kunnen verlenen. Dit brengt mee dat geen belang meer bestaat bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning wat betreft de afwijking van het bestemmingsplan, en de hogerberoepsgronden van de vereniging die daarop betrekking hebben geen bespreking meer behoeven.
De gronden van het hoger beroep welke betrekking hebben op de verleende omgevingsvergunning wat betreft het bouwen behoeven echter nog wel bespreking.
2. De vereniging betoogt dat de voorzieningenrechter niet ingevolge artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) onmiddellijk uitspraak kon doen in de hoofdzaak. Zij voert daartoe aan dat zij eerst bij brief van 8 januari 2013 het deskundigenbericht van 24 oktober 2012 van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: de StAB) heeft ontvangen, zij ter zitting van 22 januari 2013 een groot aantal vragen aan de voorzieningenrechter heeft voorgelegd naar aanleiding van het verslag, welke zij bij brieven van 22 januari 2013 en 4 februari 2013 schriftelijk heeft weergegeven, en de voorzieningenrechter ten onrechte niet over die vragen heeft geoordeeld in de uitspraak van 5 februari 2013.
2.1. Ingevolge artikel 8:86, eerste lid, van de Awb kan, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, hij onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.
2.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 juni 2010 in zaak nr. 200906665/1/T1/H1) is de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak niet beperkt tot de gevallen van kennelijke niet-ontvankelijkheid, kennelijke ongegrondheid of kennelijke gegrondheid. Aan de voorzieningenrechter komt bij de toepassing van de bevoegdheid om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak aanzienlijke vrijheid toe.
In dit geval is de Afdeling van oordeel dat hetgeen door de vereniging ter zake is aangevoerd, niet tot de conclusie leidt dat de voorzieningenrechter niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken, nu voldoende duidelijk was welke bezwaren de vereniging had ten aanzien van het deskundigenbericht en, nu deze vragen niet als beroepsgronden waren geformuleerd, de voorzieningenrechter niet was gehouden deze als zodanig in de uitspraak te beantwoorden.
Het betoog faalt.
3. Voorts betoogt de vereniging dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het bouwplan zal leiden tot parkeeroverlast en dat de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit is verleend in strijd met de bouwverordening. Zij voert daartoe aan dat niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien, aangezien ten onrechte van een parkeernorm voor kamerverhuur is uitgegaan. Voorts voert zij aan dat onvoldoende is geborgd dat extra parkeerplaatsen op het perceel gerealiseerd zullen worden indien de 240 parkeerplaatsen op het perceel onvoldoende zijn voor de parkeerbehoefte ten gevolge van het bouwplan.
3.1. De voorzieningenrechter heeft gelet op het deskundigenbericht overwogen dat het college in redelijkheid heeft kunnen uitgaan van een bezettingsgraad van 2,5 arbeidsmigranten per voertuig, waardoor 240 parkeerplaatsen voor het bouwplan vereist zijn. De vereniging heeft in deze procedure niet uiteengezet waarom de desbetreffende parkeernorm onjuist dan wel onvolledig is. Het bouwplan voorziet in de aanleg van 198 parkeerplaatsen op het perceel en 44 parkeerplaatsen op het bestaande parkeerterrein langs de toegangsweg. Nu de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen dat het bouwplan in het vereiste aantal parkeerplaatsen voorziet, behoeft geen bespreking meer of de realisering van extra parkeerplaatsen elders op het perceel dient te worden geborgd, zoals de vereniging stelt.
Het betoog faalt.
4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. E. Helder en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van staat.
w.g. Hagen w.g. Van Dorst
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2013
357-761.