ECLI:NL:RVS:2013:1849
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging verblijfsrecht wegens onvoldoende motivering ernstige bedreiging samenleving
De minister voor Immigratie en Asiel beëindigde op 27 april 2011 het verblijfsrecht van de vreemdeling en verklaarde hem ongewenst. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 7 september 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 13 maart 2013 eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat de rechtbank en de staatssecretaris ten onrechte de aard en de gevolgen van de strafbare feiten onvoldoende hadden meegewogen, waarbij vooral werd gewezen op het feit dat het merendeel van de feiten kleine winkeldiefstallen betrof waarvan het gestolene werd teruggegeven. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank en de staatssecretaris niet concreet hadden gemotiveerd welke schade de vreemdeling persoonlijk had veroorzaakt en waarom hij een ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 7 september 2012, en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee werd het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht van de vreemdeling wegens onvoldoende motivering vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt alsnog gegrond verklaard.