ECLI:NL:RVS:2013:1864
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens schending interstatelijk vertrouwensbeginsel
De vreemdelingen dienden op 18 februari 2013 asielaanvragen in Nederland in, maar deze werden op 29 maart 2013 door de staatssecretaris afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen ongegrond, waarna de vreemdelingen hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat Italië op grond van de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen. De vreemdelingen voerden aan dat vanwege hun medische situatie, met name die van vreemdeling 2, overdracht aan Italië een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert, waardoor de staatssecretaris de asielaanvragen aan zich had moeten trekken.
De Raad stelde vast dat de voorzieningenrechter de staatssecretaris ten onrechte zonder nadere beoordeling van het rapport van Borderline-Europe en medische stukken heeft gevolgd in het uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De vernietiging van de uitspraak en besluiten was daarom gegrond. Echter, de Raad vond geen reden om de rechtsgevolgen van de besluiten op te heffen, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat overdracht aan Italië tot een onrechtmatige situatie leidt.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.416,00. De uitspraak werd op 1 november 2013 in het openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.