ECLI:NL:RVS:2013:1877
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens illegale afvaloverbrenging
Bij besluit van 10 september 2013 legde de staatssecretaris aan BioMethanol een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer in samenhang met de Europese Verordening 1013/2006 over de overbrenging van afvalstoffen. De staatssecretaris stelde dat BioMethanol ruwe glycerine ontving zonder de vereiste kennisgeving en toestemming, waardoor sprake zou zijn van illegale afvaloverbrenging.
BioMethanol maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter overwoog dat de vraag of ruwe glycerine een afvalstof is en of de staatssecretaris bevoegd was tot handhaving niet in deze voorlopige procedure kan worden beantwoord. De belangenafweging stond centraal.
De voorzitter nam mee dat BioMethanol bereid was transparantie te bieden over transporten en analyses van de ruwe glycerine, en dat de staatssecretaris geen milieuhygiënische bezwaren had tegen voortzetting van de huidige situatie. Gelet hierop werd het belang van BioMethanol bij schorsing van het besluit groter geacht dan het belang van de staatssecretaris bij handhaving.
De voorzitter schorst daarom het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.