ECLI:NL:RVS:2013:190
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N.S.J. Koeman
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toekenning vergoeding planschade na vernietiging besluit gemeente Enschede
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het besluit van de raad van de gemeente Enschede om een verzoek om vergoeding van planschade af te wijzen en later deels toe te kennen. Na diverse procedures en tussenuitspraken oordeelde de rechtbank Almelo dat het besluit van 2 maart 2009 onvoldoende gemotiveerd was en vernietigde dit besluit, waarbij de rechtsgevolgen in stand bleven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vervolgens het hoger beroep behandeld.
De Afdeling constateerde dat de raad onvoldoende inzicht had gegeven in de waardebepaling van de gronden onder de dienstwoning, hetgeen in strijd was met de Awb. De raad stelde dat de waarde €52 per m² bedroeg, maar hield onvoldoende rekening met het onderscheid tussen kampeerterreinen en bedrijventerreinen. De onafhankelijke taxateur stelde de waarde vast op €56 per m², wat leidde tot een hogere vergoeding van planschade.
Appellant voerde aan dat de taxatie onzorgvuldig was, maar dit werd door de Afdeling verworpen. De Afdeling stelde vast dat de waarde van de gronden €28.000 bedraagt, waardoor de vergoeding van planschade moest worden verhoogd naar €62.500. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot een aanvullende schadevergoeding van €2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State stelt de vergoeding van planschade vast op €62.500 en veroordeelt de gemeente tot aanvullende schadevergoeding en proceskosten.