ECLI:NL:RVS:2013:1906
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.E.M. Polak
- J.A.W. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en afwijzing verzoek voorlopige voorziening bedrijfshal in strijd met bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Woudenberg heeft op 10 juli 2012 een last onder dwangsom opgelegd aan appellant voor het aanpassen of verwijderen van een bedrijfshal die was gebouwd in afwijking van de verleende bouwvergunning van 3 september 2008.
Appellant maakte bezwaar tegen het dwangsombesluit en de invordering van dwangsommen, maar deze werden door het college en de voorzieningenrechter ongegrond verklaard. Appellant stelde onder meer dat een deel van de bedrijfshal vergunningvrij was, dat er concreet zicht was op legalisering, dat de dwangsom disproportioneel was, dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat handhaving onevenredig was.
De Raad van State oordeelde dat de bedrijfshal een grotere oppervlakte heeft dan toegestaan en dat de vergunningvrijstelling niet van toepassing is vanwege hoogte en afstand tot hoofdgebouw. Er bestaat geen concreet zicht op legalisering omdat het college niet verplicht is om vergunning te verlenen en dit ook geweigerd heeft. De dwangsom is proportioneel en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt wegens gebrek aan concrete toezeggingen. Handhaving is niet onevenredig gezien het algemeen belang en de ernst van de overtreding.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarmee het handhavingsbesluit wordt bevestigd.