ECLI:NL:RVS:2013:1909
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen schending artikel 3 EVRM bij uitzetting vreemdeling met psychiatrische aandoening
De minister voor Immigratie en Asiel wees de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af vanwege haar medische situatie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kernvraag was of uitzetting naar het land van herkomst, gezien de psychiatrische aandoening van de vreemdeling, een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Het Bureau Medische Advisering (BMA) stelde dat de vreemdeling niet in een terminaal of direct levensbedreigend stadium verkeerde en dat adequate medische behandeling in het land van herkomst beschikbaar is.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zorgvuldig heeft gehandeld door aanvullende vragen aan het BMA te stellen en dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was. De Afdeling stelde vast dat de ziekte niet zodanig ernstig is dat uitzetting een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
Daarom vernietigde de Raad van State het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.