ECLI:NL:RVS:2013:1919
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inbewaringstelling gezin vreemdelingen met minderjarige kinderen wegens onvoldoende motivering
Bij besluiten van 14 maart 2013 zijn de vreemdelingen, een gezin met vier minderjarige kinderen, in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdelingen stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdelingen voerden aan dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het noodzakelijk was het gehele gezin in bewaring te stellen, terwijl het beleid en het IVRK voorschrijven dat vrijheidsontneming van kinderen slechts als uiterste maatregel mag worden toegepast. De Raad van State oordeelde dat het dossier geen concrete belangenafweging bevatte en dat de motivering van de staatssecretaris ontoereikend was, met name ten aanzien van minder belastende maatregelen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en de beroepen van de vreemdelingen gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregelen al waren opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. Tevens werd een vergoeding toegekend voor de periode van inbewaringstelling en werden proceskosten aan de vreemdelingen toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de inbewaringstelling van het gezin wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.