ECLI:NL:RVS:2013:1926
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vervolg op bezwaar en hoger beroep omtrent handhaving Flora- en faunawet inzake vleermuiskasten
Op 11 januari 2011 reageerde de staatssecretaris op het verzoek van appellant om handhaving van de Flora- en faunawet. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd op 17 mei 2011 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant deels gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de vliegroute van vleermuizen en het niet verlenen van een ontheffing voor de kamsalamander betrof, maar verklaarde het beroep ongegrond voor het niet ophangen van vleermuiskasten.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was voor zover het de vliegroutes van vleermuizen en de kamsalamander betrof, maar gegrond voor het niet plaatsen van vleermuiskasten. De Afdeling vernietigde het besluit van 17 mei 2011 voor zover het de vleermuiskasten betrof.
De staatssecretaris handhaafde het besluit bij besluit van 27 juni 2013, stellende dat het maken van tochtgaten geen blijvend negatief effect had op de vleermuizenpopulatie en dat artikel 11 van Pro de Flora- en faunawet niet was overtreden. De Afdeling verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels gegrond verklaard voor het niet plaatsen van vleermuiskasten en het besluit van 17 mei 2011 vernietigd; het beroep tegen het besluit van 27 juni 2013 is ongegrond verklaard.