ECLI:NL:RVS:2013:1938
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en Awb na hoger beroep
De minister legde appellant een boete op van €155.000 wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank vernietigde dit besluit deels en matigde de boete tot €87.000. Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant terecht een boete kreeg opgelegd wegens het niet naleven van de medewerkingsplicht bij het vaststellen van de identiteit van arbeidskrachten. De rechtbank had geoordeeld dat voor achttien arbeidskrachten onvoldoende bewijs was voor overtreding, maar de boete deels in stand gelaten.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank zich had vergist in het aantal overtredingen en vernietigde het deel van de uitspraak dat de boete wegens negentien overtredingen in stand hield. De Raad stelde de boete definitief vast op €83.000 voor achttien overtredingen van artikel 5:20 Awb Pro en overtredingen van artikelen 2 en 15 van de Wav.
Daarnaast veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 13 november 2013.
Uitkomst: De Raad van State stelde de boete vast op €83.000 en vernietigde het deel van de uitspraak dat de boete wegens negentien overtredingen in stand hield.