ECLI:NL:RVS:2013:1943
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging wegens overschrijding heffingvrij vermogen bij echtscheidingsprocedure
De raad voor rechtsbijstand trok bij besluit van 28 maart 2012 een aan appellant verleende toevoeging in vanwege het feit dat appellant als resultaat van de echtscheidingsprocedure een geldsom ontving die ten minste 50% van het heffingvrij vermogen bedroeg. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, stellende dat bepaalde kosten en hogere alimentatiebetalingen in mindering hadden moeten worden gebracht op het resultaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de door appellant voorgeschoten hypotheeklasten geen onderdeel uitmaakten van de zaak waarvoor de toevoeging was verleend en dat de extra alimentatiebetalingen niet als aflossing van een schuld konden worden aangemerkt, conform het beleid van de raad en de toepasselijke wettelijke bepalingen.
De Raad van State concludeerde dat de berekening van het resultaat door de raad correct was en dat het hoger beroep ongegrond was. De intrekking van de toevoeging werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.