ECLI:NL:RVS:2013:1955
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod wegens onvoldoende vergewisplicht over medische overdracht
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel vaardigde op 4 september 2012 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling en wees diens verzoek af om uitzetting te voorkomen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het Bureau Medische Advisering (BMA) een zorgvuldig en inzichtelijk advies had uitgebracht over de medische situatie van de vreemdeling en de beschikbaarheid van psychiatrische behandeling in Georgië. De rechtbank had ten onrechte gesteld dat het BMA zich niet had uitgelaten over de mogelijkheid van gedwongen behandeling in Georgië, een niet-medisch aspect buiten de onderzoeksplicht van het BMA.
Wel stelde de Raad vast dat de staatssecretaris in het besluit onvoldoende had aangetoond dat de vereiste fysieke overdracht van de vreemdeling aan een behandelaar in Georgië geregeld kon worden en dat er geen toezegging was dat uitzetting zou worden uitgesteld indien deze overdracht niet mogelijk was. Hierdoor was de vergewisplicht van de staatssecretaris geschonden en moest het besluit worden vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, mede omdat de staatssecretaris ter zitting toezegde dat uitzetting niet zal plaatsvinden zonder gegarandeerde overdracht. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende vergewisplicht over medische overdracht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.