ECLI:NL:RVS:2013:1961

Raad van State

Datum uitspraak
7 november 2013
Publicatiedatum
13 november 2013
Zaaknummer
201306356/2/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.G.J. Parkins-de Vin
  • M.J.M. Mathot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan Buitengebied gemeente Grave

De raad van de gemeente Grave stelde in april 2013 het bestemmingsplan 'Buitengebied' vast. Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld en verzochten zij om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen. De voorzitter behandelde het verzoek op 22 oktober 2013, waarbij partijen en belanghebbenden werden gehoord.

[Verzoeker] en anderen stelden dat zij belang hadden bij schorsing omdat zij een deel van hun bedrijf wilden verplaatsen naar gronden die volgens het vigerende plan niet geschikt waren. Echter, het bestreden bestemmingsplan maakt deze bedrijfsverplaatsing mogelijk door een wijzigingsbevoegdheid voor onbebouwde gronden op te nemen, en de reactieve aanwijzing betreft slechts een deel van deze gronden.

Daarnaast was reeds op 17 oktober 2013 uitspraak gedaan op het beroep tegen de afwijzing van hun aanvraag tot wijziging van de bestemmingsregeling, waardoor het spoedeisend belang ontbrak. Gezien deze omstandigheden wees de voorzitter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Buitengebied is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

201306356/2/R3.
Datum uitspraak: 7 november 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te Escharen, gemeente Grave, en anderen,
en
de raad van de gemeente Grave,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 22, 23 en 25 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.
[verzoeker] en anderen hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[belanghebbende A] en [belanghebbende B] en [belanghebbende C] hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 oktober 2013, waar [verzoeker] en anderen, bijgestaan door [persoon], en de raad, vertegenwoordigd door D. Wessels, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens zijn [belanghebbende A], bijgestaan door mr. M.M.H. van Kuijk, en [belanghebbende B] en [belanghebbende C], vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Ter zitting hebben [verzoeker] en anderen toegelicht dat zij belang hebben bij de schorsing van het bestreden besluit omdat zij een deel van hun bedrijf aan de [locatie] te Escharen willen verplaatsen van gronden ten noorden van die weg naar gronden ten zuiden van die weg.
3. Vast staat dat het vigerende plan de beoogde bedrijfsverplaatsing niet mogelijk maakt. Dat brengt mee dat [verzoeker] en anderen niet gebaat zijn bij schorsing van het bestreden besluit. Overigens maakt het bestreden besluit de bedrijfsverplaatsing mogelijk omdat daarin een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor thans nog onbebouwde gronden van [verzoeker] en anderen en de reactieve aanwijzing met betrekking tot die wijzigingsbevoegdheid slechts ziet op een deel van die gronden. Dat [verzoeker] en anderen een spoedeisend belang hebben bij schorsing van het bestreden besluit omdat zij beroep hebben ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag om de bestemmingsregeling van hun gronden in het vigerende plan te wijzigen valt niet in te zien, nu op dat beroep reeds op 17 oktober 2013 uitspraak is gedaan.
4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek van [verzoeker] en anderen om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Mathot, ambtenaar van staat.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Mathot
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 november 2013
413.