ECLI:NL:RVS:2013:1981
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- W. Heijninck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering overbrenging afvalstoffen naar North Refinery
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 4 september 2013, waarin bezwaar werd gemaakt tegen de overbrenging van afvalstoffen vanuit de Verenigde Staten naar North Refinery in Nederland.
De staatssecretaris stelde dat de afvalstoffen niet tot basisolie worden verwerkt, maar slechts tot een voorstadium, waardoor de overbrenging niet als nuttige toepassing (R9) kan worden aangemerkt, maar als voorlopige nuttige toepassing (R12). North Refinery en UES betwistten dit en stelden dat de geproduceerde olie wel degelijk basisolie is en voldoet aan de minimumstandaard van het Landelijk Afvalbeheerplan.
De voorzitter overwoog dat de procedure niet geschikt is om de vraag te beantwoorden of de olie afvalstof of product is, en richtte zich op de belangenafweging. Gezien het feit dat de overbrenging sinds 2008 plaatsvindt, de bedrijfseconomische belangen en het ontbreken van zwaarwegende milieuhygiënische nadelen, werd de voorlopige voorziening toegewezen.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan North Refinery en UES. De voorlopige voorziening houdt in dat het besluit van 4 september 2013 wordt geschorst en dat de overbrenging wordt toegestaan overeenkomstig het kennisgevingformulier.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit van de staatssecretaris geschorst, waardoor de overbrenging van afvalstoffen wordt toegestaan.