ECLI:NL:RVS:2013:199
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen binnentreden bedrijfsgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Eersel heeft bij brief van 17 mei 2011 aangekondigd het bedrijfsgebouw op een perceel te Eersel op 6 juni 2011 te zullen binnentreden voor een controle. [Appellant] maakte hiertegen bezwaar, dat het college niet-ontvankelijk verklaarde omdat het binnentreden feitelijk handelen betreft en geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep betoogde [appellant] dat de binnentreding disproportioneel en zonder geldige reden was, en dat de rechtbank ten onrechte het binnentreden als feitelijk handelen had aangemerkt, waardoor geen rechterlijke toetsing mogelijk zou zijn.
De Raad van State oordeelt dat de brief van 17 mei 2011 slechts een aankondiging van feitelijk handelen is en geen besluit in de zin van de Awb. De bevoegdheid tot binnentreden volgt rechtstreeks uit artikel 5:15 Awb Pro, waarvoor geen apart besluit vereist is. Daardoor is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is toetsing aan artikel 5:13 Awb Pro in deze procedure niet aan de orde.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst erop dat eventuele schadevergoeding kan worden gezocht via de burgerlijke rechter. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het bezwaar tegen de aangekondigde binnentreding niet-ontvankelijk is en verklaart het hoger beroep ongegrond.