ECLI:NL:RVS:2013:1995
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing uitbreiding bouwblok intensieve veehouderij in verwevingsgebied
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant weigerde een ontheffing op grond van artikel 9.6 van de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 voor het vergroten van het bouwblok van een intensieve veehouderij op een perceel te Achtmaal. De appellant stelde dat hij vóór 20 maart 2010 een concreet initiatief had genomen en gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt dat planologische medewerking zou worden verleend. Hij verwees naar een brief met een schetsplan van 23 december 2009 en eerdere milieuvergunningaanvragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief als schriftelijke aanvraag kon worden aangemerkt, maar dat het college terecht oordeelde dat geen schriftelijke toezegging van planologische medewerking was gegeven vóór de gestelde datum. Besluiten zoals het MER-beoordelingsbesluit en beleidsstukken van de gemeenteraad boden geen concrete toezegging. Ook mondelinge toezeggingen waren onvoldoende.
Verder stelde de appellant dat het college bij weigering van de ontheffing had moeten voorzien in nadeelcompensatie. De Afdeling overwoog dat de bestuursrechter hiervoor niet bevoegd is, omdat de schadeveroorzakende bevoegdheid lag bij de vaststelling van de algemene regels door provinciale staten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de ontheffing voor uitbreiding van het bouwblok intensieve veehouderij is ongegrond verklaard.