ECLI:NL:RVS:2013:2005
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bouw- en omgevingsvergunning en handhaving brandveiligheid hotel Den Helder
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar waarin haar beroepen tegen verschillende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder werden behandeld. De besluiten betroffen onder meer de verlening van een bouwvergunning voor het overkappen van een binnenplaats, het opleggen van bestuursdwanglasten vanwege het ontbreken van een gecertificeerde rook- en warmteafvoerinstallatie (RWA-installatie), verlengingen van begunstigingstermijnen, gedoogbeschikkingen en het intrekken van eerdere besluiten.
De Afdeling overweegt dat appellante onvoldoende belang heeft bij enkele beroepen omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de besluiten schade heeft geleden die voor vergoeding in aanmerking komt. Tevens is geoordeeld dat de bouwvergunning en de aan die vergunning verbonden voorschriften in rechte onaantastbaar zijn omdat daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college de begunstigingstermijnen in redelijkheid heeft verlengd en dat het standpunt van het college om een certificaat van de RWA-installatie te verlangen gerechtvaardigd was.
Verder is vastgesteld dat het college terecht dwangsommen heeft opgelegd wegens het niet geopend houden van rookluiken en luchttoevoerdeuren, ondanks het betoog van appellante dat er ook met gesloten luiken een brandveilige situatie zou zijn geweest. Ook is geoordeeld dat het college niet onredelijk heeft gehandeld bij het intrekken van gedoogbeschikkingen en dat het plaatsen van een brandwerende scheiding een omgevingsvergunning vereist. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.