ECLI:NL:RVS:2013:2007
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging advocaat in beklagzaak gedetineerde
De zaak betreft het hoger beroep van een gedetineerde en een stichting tegen de afwijzing door de raad voor rechtsbijstand van een aanvraag tot toevoeging van een advocaat voor het indienen van een klaagschrift tegen een disciplinaire straf opgelegd door de directeur van een penitentiaire inrichting.
De raad wees de aanvraag af omdat de advocaat niet was ingeschreven voor rechtsbijstand in strafzaken, terwijl beklagzaken van gedetineerden volgens het Besluit vergoedingen rechtsbijstand als strafzaken worden aangemerkt. De stichting stelde dat zij als belangenbehartiger van gedetineerden wel ontvankelijk had moeten worden verklaard, maar de rechtbank oordeelde terecht dat het collectieve belang van de stichting niet rechtstreeks bij het individuele besluit betrokken was.
De gedetineerde voerde aan dat het beklagrecht een bestuursrechtelijke aangelegenheid is en dat de eis van inschrijving voor strafzaken onredelijk is, wat strijd zou opleveren met het recht op vrije advocaatkeuze onder het EVRM. De Raad van State oordeelde echter dat de kwalificatie van beklagzaken als strafzaken niet kennelijk onredelijk is en dat het recht op vrije advocaatkeuze niet absoluut is, mits de verdediging effectief kan worden gevoerd door een advocaat die voor strafzaken is ingeschreven.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging van de advocaat wordt bevestigd.