ECLI:NL:RVS:2013:2035
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet achterwege blijft na toetsing medisch advies
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees een verzoek van een vreemdeling om uitzetting achterwege te laten af op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het BMA-advies onvoldoende zorgvuldig en inzichtelijk was.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het BMA-advies wel zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de medische informatie, waaronder over een complexe posttraumatische stressstoornis (PTSS), medisch inhoudelijk geen nieuwe feiten bevatte die tot een andere conclusie leidden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was en dat de rechtbank dit ten onrechte anders had beoordeeld.
Verder werd geoordeeld dat het horen van de vreemdeling in de bezwaarprocedure achterwege mocht blijven omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van uitzettingsuitstel wordt ongegrond verklaard.