ECLI:NL:RVS:2013:2076
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- D.L. Bolleboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning uitbreiding bedrijfsgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Venray verleende op 25 juli 2013 een omgevingsvergunning aan de vergunninghoudster voor de uitbreiding van een bedrijfsgebouw op een perceel te Venray. Verzoeker, woonachtig op circa 350 meter afstand, maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde beroep in bij de voorzieningenrechter, die het beroep ongegrond verklaarde.
Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat met de bouw wordt voortgegaan voordat de bodemprocedure is afgerond. De voorzitter behandelde het verzoek op 7 november 2013 en hoorde alle betrokken partijen.
De voorzitter overwoog dat besluiten in beginsel uitvoerbaar zijn ondanks het instellen van rechtsmiddelen, zeker wanneer de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard. De aangevoerde gronden van verzoeker, waaronder het ontbreken van rechtstreeks belang en bezwaren op grond van de Flora- en faunawet, boden geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Daarom werd het verzoek afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 15 november 2013 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.