ECLI:NL:RVS:2013:2101
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verlenging verblijfsvergunning vreemdeling
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 14 december 2010 de aanvraag van een vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 15 juli 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister, thans staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de zorgvuldigheid en inhoud van het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) over de medische situatie van de vreemdeling, met name over het risico van een medische noodsituatie bij het staken van behandeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig tot stand is gekomen, ook al is de vreemdeling niet persoonlijk onderzocht door de BMA-arts. De verschillen van inzicht tussen behandelaars en BMA over de medische risico's rechtvaardigen geen vernietiging van het besluit. De grief van de staatssecretaris slaagde, de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.