ECLI:NL:RVS:2013:211
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over handhaving gebruik vluchtdeur horecapand te Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees op 17 maart 2010 een verzoek om handhaving af met betrekking tot het gebruik van een vluchtdeur in een horecapand. Na bezwaar verklaarde het college op 28 februari 2011 het bezwaar deels gegrond, maar handhaafde het verder de weigering tot handhaving. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onjuiste feiten gebruikte en dat het college onvoldoende controleerde en handhaafde op het gebruik van de vluchtdeur, wat leidde tot schade. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht een kennelijke verschrijving over het adres van het pand niet als inhoudelijk relevant zag en dat de bouwvergunning wel degelijk een nooduitgang omvatte.
Echter, het college had onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig onderzocht of de vluchtdeur onrechtmatig werd gebruikt voordat het handhavingsverzoek werd afgewezen. Dit leidde tot vernietiging van het besluit van 28 februari 2011. De Afdeling bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat het college nadien wel controles had uitgevoerd zonder overtredingen vast te stellen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college tot weigering van handhaving wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.