ECLI:NL:RVS:2013:2125
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- K.J.M. Mortelmans
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen aanwijzing onder Sanctieregeling terrorisme
Appellant is bij besluit van 8 juni 2010 aangewezen als persoon op wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat bij besluit van 8 december 2010 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Breda, die dit beroep op 14 december 2012 ongegrond verklaarde. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde appellant in de gelegenheid om binnen een gestelde termijn de gronden van zijn hoger beroep kenbaar te maken, omdat deze niet waren vermeld in het beroepschrift. Ondanks verlenging van de termijn tot 17 april 2013, diende appellant zijn beroepsgronden pas op 18 april 2013 in, waardoor het verzuim niet tijdig werd hersteld. Appellant gaf geen reden voor het late indienen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro en de toepasselijke artikelen 6:6 en 6:24 Awb. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 27 november 2013 door voorzitter Vlasblom en leden Mortelmans en Vermeulen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden.