ECLI:NL:RVS:2013:2135
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid terugkeerbesluit wegens intrekking
De vreemdeling was door de staatssecretaris opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten via een terugkeerbesluit van 16 november 2012. Dit besluit werd later op 24 januari 2013 met terugwerkende kracht ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk omdat het belang aan het beroep was komen te vervallen door de intrekking.
De vreemdeling stelde dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was en schade had veroorzaakt, en dat de rechtbank ten onrechte niet aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep was toegekomen. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onterecht het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, omdat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden door het terugkeerbesluit, dat ten grondslag lag aan zijn bewaring.
De Afdeling stelde vast dat de eerdere ongewenstverklaring uit 2002 niet als terugkeerbesluit kan worden aangemerkt en dat het terugkeerbesluit van 2012 de grondslag vormde voor de bewaring. Gezien deze omstandigheden werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling. Tevens werden de proceskosten vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.