ECLI:NL:RVS:2013:22
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen voor Tsjechisch bedrijf
De minister legde aan een Tsjechisch bedrijf een boete van €12.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. Na bezwaar en beroep werd de boete door de rechtbank verlaagd naar €7.200. Het bedrijf ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling daadwerkelijk arbeid had verricht op Nederlands grondgebied aan boord van een duwschip en dat het bedrijf onvoldoende had aangetoond dat sprake was van een uitzondering op de vergunningplicht. De minister had beleidsregels vastgesteld voor boetebedragen, maar de Raad vond dat de boete in dit geval onevenredig was en matigde deze met 50%, waarna nog een extra vermindering van 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn werd toegepast.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, stelde de boete vast op €3.600 en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak betrof de toepassing van de Wet arbeid vreemdelingen in combinatie met Europese verdragsbepalingen over vrij verkeer van werknemers en diensten binnen de EU.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot €3.600 en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.