ECLI:NL:RVS:2013:2200
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en voorlopige voorziening wegens gezondheid
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 8 februari 2013 werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 10 september 2013. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen vanwege zijn gezondheidstoestand.
Gezien het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat nog moest worden ingewonnen, kon niet worden uitgesloten dat de gezondheidstoestand van de vreemdeling een beletsel zou vormen voor uitzetting. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de vreemdeling in Nederland mag blijven totdat het BMA-advies is ontvangen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €472,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen, maar de vreemdeling mag voorlopig in Nederland blijven vanwege zijn gezondheidstoestand.