ECLI:NL:RVS:2013:2214
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende positieve overtuigingskracht
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft bij besluiten van 12 april 2012 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde deze besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas primair aan de staatssecretaris toekomt en slechts terughoudend door de rechter kan worden getoetst. De rechtbank had onterecht geoordeeld dat de naam van de man die de moord en verkrachting zou hebben gepleegd geen essentieel onderdeel van het asielrelaas vormde. De Raad stelt dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen en het ontbreken van de naam de geloofwaardigheid ondermijnen.
Ook acht de Raad de motivering van de staatssecretaris deugdelijk, waaronder de beoordeling van de psychische gesteldheid en analfabetisme van de vreemdelingen, die volgens het rapport geen rechtvaardiging vormen voor de tegenstrijdigheden in het tijdsverloop van de gebeurtenissen. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.