ECLI:NL:RVS:2013:2236
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- S. Langeveld-Mak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering afsluiting straten voor gemotoriseerd verkeer in Almere
Het college van burgemeester en wethouders van Almere weigerde het voornemen om de Brancusistraat, Henry Moorestraat en Emil Noldestraat aan de zijde van de Carel Willinklaan af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer uit te voeren. Het college motiveerde dit besluit met het verkeerskundig effect, dat vergelijkbaar was met het plaatsen van extra verkeersdrempels, een minder ingrijpende maatregel. Tevens speelde het advies van hulpdiensten en het ontbreken van voldoende draagvlak in de buurt een rol.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde dat het college zich had verbonden aan een beperkter afwegingskader en dat het draagvlak voor afsluiting groter was dan het college aannam. Ook voerde appellant aan dat hulpdiensten geen bezwaar hadden tegen afsluiting. De rechtbank oordeelde dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen en dat het advies van de korpschef, zoals vereist in artikel 24 Wvw Pro 1994, zwaarder woog dan een intern document.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college had beoordelingsruimte bij de uitleg van verkeersveiligheid, bruikbaarheid en vrijheid van verkeer en mocht de belangen tegen elkaar afwegen. De Afdeling vond geen reden om het besluit te vernietigen, omdat het college binnen de grenzen van redelijke wetsuitleg was gebleven en de belangenafweging niet onevenwichtig was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling sprak het vonnis uit in het openbaar op 4 december 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college tot weigering van afsluiting wordt bevestigd.