ECLI:NL:RVS:2013:225
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- G. van der Wiel
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vaststelling hogere waarden geluidbelasting N23 Westfrisiaweg
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland stelde op 12 juli 2012 hogere waarden vast voor de geluidbelasting ten behoeve van het inpassingsplan Westfrisiaweg. Diverse appellanten, waaronder bewoners en een stichting, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De appellanten voerden onder meer aan dat het akoestisch onderzoek onvolledig of onjuist was, dat onvoldoende rekening was gehouden met extra geluidhinder door verkeerssituaties zoals tunnels en optrekkend verkeer, en dat het college geen geluidafschermende maatregelen had getroffen. Ook werd betoogd dat het college geen beleid had vastgesteld voor hogere waarden en dat het besluit in strijd was met het Actieplan Geluid.
De Afdeling overwoog dat het college terecht toepassing had gegeven aan de Standaardrekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 en dat het akoestisch onderzoek voldoende was onderbouwd. Argumenten over de bouwkundige staat van woningen en de woonkeuze waren niet relevant voor de vaststelling van hogere waarden. Het college mocht afzien van geluidafschermende maatregelen vanwege landschappelijke bezwaren. Ook het ontbreken van een hogerwaardenbeleid en het Actieplan Geluid boden geen grond voor vernietiging.
De Afdeling concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd met het recht was voorbereid of genomen en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van hogere waarden voor de geluidbelasting N23 Westfrisiaweg is ongegrond verklaard.