ECLI:NL:RVS:2013:2251
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over proceskostenveroordeling in vreemdelingenzaak
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd, maar stelde de proceskostenveroordeling onjuist vast.
De vreemdeling stelde dat er twee zittingen waren geweest waarbij zij werd bijgestaan door een gemachtigde, terwijl de rechtbank slechts één zitting in de proceskosten verrekende. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de kosten voor de tweede zitting niet had meegenomen en vernietigde dit deel van de uitspraak.
De Raad stelde de proceskosten vast op €236,00 voor de tweede zitting en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding hiervan. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van €472,00 aan proceskosten voor het hoger beroep en €239,00 aan griffierecht. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde deel van de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de proceskostenveroordeling van de rechtbank wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van extra proceskosten en griffierecht.