ECLI:NL:RVS:2013:2275
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- R. Uylenburg
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging projectplan Oudland en Halstersch Laag ondanks kans op nadelige gevolgen voor landbouwgrond
Het algemeen bestuur van het Waterschap Brabantse Delta stelde op 29 augustus 2012 het projectplan Oudland en Halstersch Laag vast, gericht op het bestrijden van verdroging en het verbeteren van de waterkwaliteit in de natuurgebieden. Appellant, eigenaar van nabijgelegen landbouwgronden, voerde bezwaar aan tegen het plan vanwege de wijziging van de stroomrichting en de mogelijke negatieve gevolgen voor de watertoevoer naar zijn gronden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het projectplan voldoet aan de eisen van artikel 5.4 van de Waterwet, waaronder de verplichting om voorzieningen te treffen ter beperking van nadelige gevolgen. De Raad stelde vast dat het niet vereist is dat er helemaal geen nadelige gevolgen optreden.
De Raad nam het standpunt van het algemeen bestuur over dat de kans op een onttrekkingsverbod op de Ligne, dat incidenteel voorkomt, niet toeneemt door het projectplan. Ook werd overwogen dat appellant op grond van artikel 7.14 van de Waterwet aanspraak kan maken op een schadevergoeding indien redelijkerwijs niet te zijnen laste komende schade ontstaat.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat het algemeen bestuur bereid is voorzieningen te treffen voor zoetwateraanvoer, concludeerde de Raad dat het projectplan in redelijkheid kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.