ECLI:NL:RVS:2013:2286
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder matiging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [wederpartij] een boete van €24.000 op wegens drie overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Rotterdam matigde deze boete tot €18.000 vanwege omstandigheden zoals het ontbreken van winstoogmerk en de financiële situatie van [wederpartij].
De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de boete had gematigd. De omstandigheden die de rechtbank aanvoerde, zoals het ontbreken van winstoogmerk, het doorbelasten van boetes door andere bedrijven en het wegvallen van opdrachten, rechtvaardigen geen matiging van de boete. Ook de financiële gegevens van [wederpartij] boden geen voldoende grond voor matiging.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het boetebesluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de boete van €24.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen ongegrond.