ECLI:NL:RVS:2013:2314
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- W.D.M. van Diepenbeek
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen last onder dwangsom voor overtreding Wabo bij opslag en verwerking afvalstoffen
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe legde op 14 oktober 2010 twee lasten onder dwangsom op aan [wederpartij] wegens het zonder vergunning opslaan en verwerken van grote hoeveelheden groenafvalstoffen, in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo. Het college baseerde zich daarbij op haar Gedoogstrategie, die in oprichtingssituaties geen rekening houdt met concreet zicht op legalisatie bij de belangenafweging.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en oordeelde dat het college de Gedoogstrategie onredelijk toepaste door geen belangenafweging te maken. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat het college wel bevoegd was handhavend op te treden en dat de Gedoogstrategie niet kennelijk onredelijk is, omdat het college ook bij concreet zicht op legalisatie altijd onderzoekt of er zwaarwegende belangen zijn die handhaving onredelijk maken. Het beroep van [wederpartij] op overmacht en onevenredigheid faalt, mede omdat zij pas laat een volledige vergunningaanvraag indiende en vooruitliep op vergunningverlening op eigen risico.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van [wederpartij] tegen het besluit op bezwaar en tegen de invordering van de dwangsom ongegrond en bevestigt daarmee het handhavend optreden van het college. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van [wederpartij] wordt ongegrond verklaard en het college mag de last onder dwangsom en de invordering handhaven.