ECLI:NL:RVS:2013:2319
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De minister heeft op 30 maart 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de voorzieningenrechter het besluit deels vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister heeft vervolgens op 3 oktober 2012 opnieuw een vertrekbevel en inreisverbod opgelegd. De vreemdeling voerde onder meer aan dat hem ten onrechte een vertrektermijn was onthouden en dat het inreisverbod in strijd was met zijn gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat het risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken, mede omdat hij zich niet aan zijn vertrekplicht heeft gehouden en zijn reisdocumenten heeft vernietigd. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een gezinsleven dat het inreisverbod zou verhinderen. Het beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning, vertrekbevel en inreisverbod wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.