ECLI:NL:RVS:2013:233
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- J.A.A. van Roessel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen plaatsing ondergrondse afvalcontainer in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 18 april 2013 een locatie aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer voor huishoudelijk restafval nabij de woning van verzoekster, die tevens een psychologenpraktijk exploiteert.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat de aangewezen locatie niet voldoet aan het criterium van minimale overlast uit de beleidsregel en dat de verkeersveiligheid in gevaar zou komen vanwege nabijgelegen basisscholen en het fietsverkeer.
De voorzitter oordeelde dat de locatie voldoet aan de beleidsregel, aangezien de afvalcontainer op meer dan drie meter afstand van de gevel staat en niet recht voor een deur of raam is geplaatst. Geluidsoverlast is volgens het college en de voorzitter niet aannemelijk. Ook is de verkeersveiligheid niet in het geding, mede gelet op getoonde foto's en een filmpje. De door verzoekster voorgestelde alternatieve locatie is minder geschikt vanwege de grotere loopafstand voor omwonenden.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de plaatsing van de afvalcontainer is afgewezen.