ECLI:NL:RVS:2013:2331
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.P. Vermeulen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verklaring omtrent gedrag wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris weigerde op 28 maart 2012 een verklaring omtrent het gedrag (VOG) af te geven aan appellant voor een functie als begeleider bij een zorginstelling vanwege eerdere veroordelingen voor zedendelicten en andere strafbare feiten. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht het objectieve criterium toepaste, omdat appellant tweemaal voor zedendelicten tot jeugddetentie was veroordeeld en de functie een gezags- of afhankelijkheidsrelatie kan omvatten. Wel stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de aard en ernst van de zedendelicten, terwijl deze informatie cruciaal was voor een goede belangenafweging onder het subjectieve criterium.
De staatssecretaris had geen inlichtingen ingewonnen bij het openbaar ministerie, waardoor het besluit van 4 juli 2012 een onvoldoende draagkrachtige motivering bevatte. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de voorzieningenrechter en beval hernieuwde besluitvorming met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de VOG wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de staatssecretaris moet opnieuw besluiten nemen.